

“Eigenlijk ben ik een voetbaljongen”
“Geheimen heb ik niet”, zegt Cees Roozemond als we de insteek van dit interview aankondigen. Toch volgt er vervolgens een gesprek met verrassende uitspraken. Over voetballen bij Feyenoord. Over Friese paarden. Over doodsbedreigingen in het betaald voetbal, mennen door de duinen van Bergen en over zijn passie voor Friesland. Maar tussen al die persoonlijke verhalen door ontstaat óók langzaam een beeld van hoe Roozemond naar de KNHS kijkt. Minder ivoren toren, meer tussen de mensen. Minder vergaderen, meer luisteren. “We zijn te veel een administratieve organisatie geworden”, zegt hij ergens halverwege het gesprek. “Terwijl we juist tussen de mensen moeten staan. De KNHS is er voor de leden, niet andersom.”
Tekst & Foto's: Karin de Haan - MP Horses
Paardrijden of voetbal?
“Als ik eerlijk ben? Toch voetbal”, zegt Roozemond lachend wanneer hem gevraagd wordt of zijn hart meer bij voetbal of bij paarden ligt. “Maar de paardensport is bij mij wel enorm gegroeid. Ik was een voetbaljongen en ben later een paardenjongen geworden.”
Als jongen voetbalde Roozemond bij Alexandria’66 (Rotterdam-Oost, red.) en schopte hij het uiteindelijk zelfs kort tot de jeugd van Feyenoord. “Dat was ongeveer mijn grootste succes”, zegt hij lachend. “Ik ben nooit een héle goede voetballer geweest.” Later belandde hij professioneel in de voetbalwereld, als directeur van SC Heerenveen. Daar leerde hij ook de harde kant van sport kennen. “Ik heb mezelf in die periode zelfs met de dood bedreigd gezien. Dat gaat natuurlijk helemaal nergens over.” Terugdenkend aan zijn tijd bij SC Heerenveen concludeert Roozemond: “Uiteindelijk gaat het in voetbal en paardensport eigenlijk om dezelfde dingen. Emotie en geld. En dat is nooit de makkelijkste combinatie.”
In die tijd ontwikkelde hij een stijl van leidinggeven die hij later meenam naar de paardenwereld. Niet verschuilen achter beleid of procedures, maar zichtbaar zijn en het gesprek aangaan. Bij Heerenveen ging hij op enig moment persoonlijk supporters bellen die klachten hadden ingediend. “Ik woonde toen in Bergen (Noord-Holland, red.) en zat iedere dag een paar uur in de auto. Die tijd kon ik net zo goed nuttig gebruiken. Ik kreeg een lijstje met ‘boze supporters’ mee en die belde ik op. Mensen schrokken zich rot als ik zei: goedenavond, met Roozemond van Heerenveen.” Volgens Roozemond werkte dat verrassend goed. “Sommigen zeiden letterlijk: ik ben het nog steeds niet met u eens, maar ik vind het geweldig dat u belt. Het in gesprek gaan met mensen werkt. En vergis je niet, kritiek mag, graag zelfs, daar worden we beter van. Maar blijf wel bij de inhoud.”
Friese Paarden
Dat Roozemond uiteindelijk in de paardenwereld terechtkwam, heeft alles met zijn vrouw te maken. “Het begon toen ik trouwde met een paardenmeisje”, vertelt Roozemond. Na verloop van tijd groeide de paardenstapel gestaag. “We hadden zeven Friezen, een pony voor mijn dochter en eigenlijk begon alles met een Shetlandpony.” Hoewel hij zichzelf oorspronkelijk vooral als voetbalman zag, groeide de liefde voor paarden snel. Zelf raakte Roozemond vooral verknocht aan het mennen. “Ik vond dat mooi”, vertelt hij. “Een maat van mij in Bergen had een Fries en ik had ook een Fries. Dat paste perfect bij elkaar: een ruin en een merrie. Dat was echt een geweldige combinatie.”
Toen er nog tijd voor was, trokken ze er één of soms zelfs twee keer per week op uit. “In Bergen hadden we natuurlijk een fantastische omgeving. We konden de bossen in. En soms gingen we stiekem over de schelpenpaden. Dat mocht eigenlijk niet altijd”, zegt hij lachend. Voor Roozemond was het veel meer dan alleen een hobby. “Het was echt mijn manier om te ontspannen. Die Friezen waren zó braaf. Soms zetten we ze gewoon ergens neer terwijl wij koffie gingen drinken. En het bijzondere vond ik altijd: de kracht van twee van die grote paarden, die je met twee teugels kunt bedienen op een manier dat je met minimale aanwijzingen precies kon laten doen wat je wilde.”
Hollander
Via de Friese paarden belandde Roozemond uiteindelijk ook bestuurlijk in de hippische wereld. Eerst als voorzitter van het Friese stamboek (KFPS), later bij de KNHS. De periode bij het Friese paard is hem dierbaar gebleven. “Ik ben daar als Hollander binnengekomen”, vertelt hij. “Met blikken van: wie is die wijsneus uit het westen?” Hij moet lachen wanneer hij eraan terugdenkt. “En ik ben uiteindelijk weggegaan als erelid. Daar ben ik oprecht trots op.” Negen jaar lang stond hij als voorzitter aan het roer van het stamboek. “We hebben daar hele moeilijke jaren gehad”, zegt hij. “Maar ook ongelooflijk veel plezier. Er werd heel hard gewerkt en ook heel veel gelachen.” Volgens Roozemond hielp
het dat Friesland voor hem nooit onbekend terrein was geweest. “Vanaf mijn twaalfde woonden mijn ouders iedere winter in Friesland”, vertelt hij. “Dus ik ben opgegroeid met Friesland, van kievitseieren zoeken tot aan mijn eerste verliefdheid. Het was allemaal in Friesland.” Daardoor verstaat Roozemond het Fries ook veel beter dan veel mensen denken. “Ik durf te zeggen dat ik Fries best goed versta”, zegt hij lachend. “Ik heb dat alleen altijd een beetje verborgen gehouden. Dat leverde soms bijzondere situaties op, zeker in de tijd dat ik in Friesland werkte. Dan dachten mensen dat ik niet begreep waar ze het over hadden, terwijl ik precies wist wat er gezegd werd.”
Amsterdam
Jarenlang woonde Roozemond met zijn gezin in Bergen, op een plek waar paarden en buitenleven centraal stonden. “We hadden daar negen hectare grond”, vertelt hij. “Een unieke plek eigenlijk. Helemaal zelf opgebouwd, de stal, de weides, de trainingsfaciliteiten…” Het was een periode waar hij met veel plezier op terugkijkt. Maar na verloop van tijd veranderde er ook iets. “De kinderen gingen het huis uit en uiteindelijk hadden we geen paarden meer. Ik was zelf vrijwel altijd onderweg en het enorme terrein vroeg steeds meer aandacht. Ik ben een perfectionist. Dan was er weer iets met de hekken, de landen, de camera’s, de robotmaaier… En het was zo’n groot object. Als ik mijn vrouw zocht, moest ik haar bellen om te vragen waar ze was.”
Toen besloten ze het roer om te gooien. “Ik zei: volgens mij zijn we toe aan een andere fase in ons leven.” Friesland lonkte wel, geeft Roozemond eerlijk toe. “Ik zou eigenlijk het liefst in Friesland wonen.” Maar uiteindelijk werd het Amsterdam. “Mijn vrouw is de baas”, zegt hij met een grote glimlach. “We zijn 35 jaar getrouwd en dat wil ik graag zo houden.” De overgang kon bijna niet groter zijn. “Van negen hectare gingen we naar een tuin van vijftig vierkante meter.” Met de verhuizing naar Amsterdam lijkt ook het actief beoefenen van de paardensport verleden tijd. Of niet? “Ik sluit niet uit dat er ooit weer paarden komen”, zegt hij. “En als ik ooit stop met werken, dan ga ik absoluut weer mennen.”
KNHS
Voorlopig blijft Roozemond als ad-interim directeur werkzaam bij de KNHS. Hij realiseert zich dat het beeld naar buiten toe van de KNHS niet altijd even positief is. “Er is een beeld van een ivoren toren ontstaan. Daar moeten we vanaf. Niet alleen voor de topsport, maar juist ook voor de breedtesport. Voor recreanten. Voor manegekinderen. En voor ondernemers.” In dat kader noemt hij ook het uit elkaar gaan van de KNHS en FNRS. “Ik vind het nog steeds een blamage dat het niet gelukt is om bij elkaar te blijven”, zegt hij opvallend eerlijk. “Waar we mee bezig hadden moeten zijn, was niet kijken hoe we uit elkaar konden, maar hoe we juist meer mensen bij de sport konden betrekken.” Daarom zoekt de KNHS volgens hem tegenwoordig ook de verbinding met ondernemers op. “Vroeger was de afspraak: de FNRS deed de
ondernemers en wij deden de sport. Nu is dat anders. Dus gaan wij ook naar die ondernemers toe. Gewoon vragen waar ze tegenaan lopen en hoe we elkaar kunnen helpen.”
Volgens Roozemond ligt de grootste uitdaging voor de KNHS de komende jaren niet alleen in financiën of topsport, maar vooral in de verbinding met de achterban. “Klantvriendelijkheid voorop en uitleggen aan mensen wat de waarde is van lid zijn van de KNHS.” Daarbij kijkt hij breder dan alleen de wedstrijdsport. “Lang niet alle paardensportbeoefenaars zijn lid van de KNHS. De mensen die nog geen lid zijn, willen we ook bereiken. Dat meisje met één paard. Of iemand die ooit een paard heeft gehad en wel weer iets wil, maar kennis nodig heeft. Die wil je er juist ook bij hebben.”
Toegankelijk
Volgens Roozemond moet de paardensport bovendien toegankelijker blijven. Niet alleen financieel, maar ook qua uitstraling. Hij vertelt over een ontmoeting tijdens een hobby horse-evenement, waar een moeder hem aansprak. “Die zei letterlijk tegen mij: ‘U heeft geen idee wat dit voor mijn dochter betekent. Ik kan geen manegelessen betalen, dat ze hier mee kan doen is onbetaalbaar.’ Ook voor zo’n meisje met haar hobby horse moeten wij er zijn.”
Daarom wil hij dat de KNHS ook zichtbaarder wordt buiten het Nationaal Hippisch Centrum. “We zijn te veel een administratieve organisatie geworden”, zegt hij. “Terwijl we juist naar buiten moeten. Naar de verenigingen, de regio’s, de ondernemers, de wedstrijden. Daar hoor je wat er speelt.” Ook binnen de organisatie voert hij die verandering door. Nieuwe mensen, nieuwe ideeën en minder verstarring. “Ik heb liever dat mensen tien beslissingen nemen waarvan er een paar fout zijn, dan dat iedereen stil blijft zitten”, zegt hij. “Je hebt energie nodig. Ambitie. Mensen die iets durven.”
Eigenlijk spreken we over een volledige cultuuromslag. Dat kost vanzelfsprekend tijd; zoiets realiseer je niet van de ene op de andere dag. Maar we zijn duidelijk op de goede weg. Met nieuwkomers Laurens van Lieren en Justus Valk hebben we twee jonge professionals uit de praktijk aan boord. Laurens is een dressuurruiter die op hoog niveau heeft gereden, en Justus is niet alleen een fanatiek paardensporter, maar ook jarenlang ondernemer én lid van onze Ledenraad geweest.
Zij spreken de taal die past bij de verandering die we willen inzetten en bij de cultuuromslag waar ik op doel. Commercie krijgt een nieuw, eigen gezicht, net als het ondernemersdomein, en onze afdeling Academy is verder versterkt.
We zullen echt niet alles in één keer perfect doen. Als grote sportbond mogen we best eens een fout maken, zolang er begrip is voor het proces. Er wordt ongelooflijk hard gewerkt: we registreren jaarlijks bijna 7.000 wedstrijden en meer dan 550.000 wedstrijdstarts, we beantwoorden meer dan 100.000 paardensportvragen per jaar, we leiden officials en instructeurs op, we voeren actieve lobby voor de paardensport bij landelijke en lokale overheden, we ontsluiten vele ruiterpaden en routes via buitenrijden.nl en we zijn actief in meerdere disciplines. Dat maakt ons een complexe sportbond, maar met deze stappen — en de stappen die nog volgen — zijn we steeds beter voorbereid op de toekomst.
Zijn eigen rol ziet hij als tijdelijk. “Ik ben ondertussen 66”, zegt hij nuchter. “Het gaat er niet om hoe lang ik hier zit. Het gaat erom dat je de organisatie zo neerzet dat het straks vanzelf doorgaat.” Daar hoort volgens hem ook een stabiele structuur bij. “In zes jaar tijd hebben we hier vier directeuren gehad. Dat is niet goed voor een organisatie. Iedereen kwam weer met een eigen visie.”
De komende periode wil hij daarom eerst het nieuwe team verder neerzetten, voordat er een definitieve algemeen directeur komt. “Je moet eerst zorgen dat alle verantwoordelijkheden goed ingevuld zijn”, zegt hij. “En daarna moet daar iemand boven komen te staan die past bij de richting die we met elkaar hebben ingezet.” Wanneer hij zelf precies stopt? Een harde datum is er niet. “Zolang ik het gevoel heb dat ik nog van toegevoegde waarde ben en mensen het prettig vinden dat ik er ben, doe ik het met plezier.” Maar uiteindelijk hoopt hij dat de KNHS op een punt komt waarop zijn aanwezigheid nauwelijks meer nodig is. “Het moet zo worden dat ik op een dag weg ben en mensen zich pas later afvragen: waar is Cees eigenlijk?”
“Het begon toen ik trouwde met een paardenmeisje”
Over Cees Roozemond
Cees Roozemond (66) is sinds 2024 interim-directeur van de KNHS. Daarvoor was hij onder meer directeur van SC Heerenveen en jarenlang voorzitter van het Friese paardenstamboek KFPS, waar hij uiteindelijk benoemd werd tot erelid. Via zijn vrouw Maya kwam hij in de paardenwereld terecht. Samen kregen zij drie kinderen: Lara, Fabian en Marijn. Jarenlang woonde het gezin in Bergen, waar zij negen paarden hielden, waaronder meerdere Friese paarden. Tegenwoordig woont Roozemond in Amsterdam, al zegt hij zelf het liefst ooit nog eens in Friesland te willen wonen.
< Vorige:
Instructie
